Kunstwerken

Joris Ivensmonument

Joris Ivensmonument
Bas Maters, Joris Ivensmonument (1989)
, Joris Ivensmonument (1989)
Midden van jaren tachtig trad er een verschuiving op in de werkwijze van Bas Maters (1949). Zijn omgevingskunst, waarin gestreefd werd naar een integratie van architectuur en beeldende kunst, maakte toen plaats voor meer autonome werken waarin geometrie steeds meer de overhand kreeg. De sculptuur aan het Joris Ivensplein is daar een voorbeeld van. Het monumentale werk, uitgevoerd in met aluminium beschilderd staalplaat, is in feite een vrij werk dat Maters in een later stadium aan deze opdrachtsituatie heeft aangepast.
De sculptuur, die in de volksmond de bijnaam ‘de schoenlepel’ kreeg, is gebaseerd op een schets die ontstond door een cirkel zodanig uit de bovenzijde van een strook papier te drukken tot die nog maar op één punt vastzat aan het papier. Om die rechtop te kunnen laten staan werd aan de onderzijde een vierkant uitgesneden, dat vervolgens werd opengevouwen. De bovenzijde met de cirkel boog bij het omzetten daardoor iets om. Het Joros Ivensplein is een opgehoogde open ruimte waar veel wegen op uitkomen. Het uitgesneden vierkant vormt de opening tot die ruimte, terwijl de cirkel een venster opent naar de hemel daarboven.
Belangrijk aandachtspunt voor Maters was de relatie van het kunstwerk met zijn omgeving, waarbij hij persoonlijke ervaringen probeerde om te zetten in elementaire tekens die voor iedereen herkenbaar zijn. Aan de sculptuur op het Joris Ivensplein voegde Maters een extra element toe. Op het vierkant is een citaat aangebracht van de Nijmeegse cineast: ‘Dikwijls, ver weg, bleef Nijmegen, mijn jeugd, toch dicht bij mij’.
Bemiddelaarsrol
-