Uitgelichte kunst

Zorg en interactie: kunstprojecten in de gezondheidszorg

Mariska van den Berg

Aernout Mik, AAP (1998)
, AAP (1998)

, Coloured Fog Project (2005)
Suchan Kinoshita, Instrumentarium (2005)
, Instrumentarium (2005)

, Zorg en interactie: kunstprojecten in de gezondheidszorg ()

Een spraakmakend kunstwerk van Aernout Mik huist sinds 1998 in revalidatiecentrum de Sint Maartenskliniek in Ubbergen (GD). Het is een levensechte mechanische orang-oetang die woont in de wandelgang tussen de kliniek en het ziekenhuis. Hij beweegt zich in een huiselijke setting met een koelkast, rubberband en een boter-kaas-en-eieren spel waarmee hij – als hij zin heeft – met bezoekers van de kliniek speelt.

Aap reageert op geluiden, bewegingen en mensen uit zijn omgeving. Het vrolijkt hem op als hij aandacht krijgt van zijn omgeving en geaaid wordt door mensen, hij kijkt in de richting van een hard geluid of valt hij in slaap als er een tijdje geen omstanders zijn geweest. Zijn rechterarm zit in een mitella – hij zit immers niet voor niets in een medische kliniek.

“Ik vind het een heel mooi voorbeeld van een kunstproject dat op heel veel verschillende niveaus werkte”, legt Van den Berg uit. “Het was interactief, mensen uit het ziekenhuis gingen ’s nachts ook wel met hem schaken. Maar als je bereid bent om over AAp na te denken als kunstproject heeft het je ook heel veel te bieden.

“AAp creëerde een heel ander soort ruimte in de kliniek, maar ook een ruimte van overdenking”, besluit Van den Berg. “Je wil een relatie leggen of in ieder geval mogelijk maken, en de connectie tussen kunst en publiek is hier heel duidelijk aanwezig. AAp heeft een aanwezigheid die heel prominent is, en dat vind ik wel goed.”

Na een poos in revalidatie te zijn geweest voor technisch onderhoud, is AAp nu te zien in Techniek Museum Heim in Hengelo in de hoop jongeren te motiveren voor een carrière in de techniek. Eind 2016 zal hij weer terugkeren naar zijn stek in de Sint Maartenskliniek.

Van den Berg vertelt over het meest abstracte kunstwerk dat ze geselecteerd heeft. Het verschijnt en verdwijnt afwisselend in GGZ inGeest in Bennebroek (NH). Op een afgezonderde plek aan de rand van het bos werd in de jaren ’30 het bakstenen complex gebouwd, dat volgens de klassieke psychiatrie een op zichzelf staande gemeenschap vormde. Het complex is nog steeds in gebruik, en voert een actief beleid om de beslotenheid van het park te doorbreken.

De organisatie wilde in 2005 graag een kunstwerk plaatsen dat zou bijdragen aan het verlevendigen van het terrein. inGeest had een concrete vraag: een nieuwe vijver. Van den Berg legt uit hoe ze de instelling overtuigden dit idee iets anders op te vatten, zodat het artistiek een interessanter project werd.

Ann Veronica Janssens maakte een mistwerk tussen de kerk en de watertoren op het terrein van inGeest. De witte mistwolk ontstond op niet gezette tijden ging dan weer in flarden uiteen. Het had een feeërieke aanblik, en deed mee in de mysterieuze omgeving van het bos. Als de wolk niet verschijnt, is er niets dat aan haar herinnert, geen aanduiding of bordje.

Er kwamen verschillende reacties op de mistwolk, vertelt Van den Berg. “Op het terrein was een brandweerkazerne die ook stoom losliet. Mensen gingen hierover nadenken: de stoom bij de brandweer is precies dezelfde als deze mistwolk, waarom is dit dan kunst? Dit was juist erg interessant aan het werk, de verwondering van wat is dat hier, iets wat geen zichtbare functionele link heeft.” Van den Berg vertelt ook over de moeilijkere kanten van het kunstproject De Geestgronden. “Het beheer van de techniek was wel een lastig aspect aan het werk. Het sproeisysteem werd later niet meer onderhouden, wat het werk geen goed heeft gedaan. Het is een lastig traject, kunstprojecten moet gedragen worden door de organisatie.”

De Duits-Japanse kunstenares Suchan Kinoshita had een goed idee voor Verpleeghuis Sutfene in Zutphen, waar dementerende bejaarden worden verzorgd. “Suchan is zich vrij serieus gaan verdiepen in wat er gebeurt met mensen die dement raken. Dat zijn vaak nare dingen, die gaan over angst en in een instelling moeten wonen. Zij heeft toen willen zoeken naar de positieve dingen. Het verlies van gêne is voor hun eigen kinderen en andere volwassenen vaak een groot probleem, maar kinderen zitten daar niet mee.”

Kinoshita ontwierp Instrumentarium (2005): een geluidstafel, een tafel met gereedschapskisten, een verkleedkist en een verrijdbaar en inklapbaar podium. Alle gebruiksvoorwerpen staan in het teken van het wakker maken van de zintuigen en fantasie, en het overwinnen van barrières tussen kinderen en bejaarden. De geluidstafel heeft contactmicrofoons die alles wat in aanraking komt met de tafel akoestisch versterken, in de gereedschapskist zitten tekenspullen en oude voorleesboeken verborgen. In de verkleedkist liggen kostuums en rekwisieten die door kinderen zijn gemaakt, onder andere van oude kledingstukken van de bewoners. Deze kunnen weer gebruikt worden voor toneelstukjes op het verrijdbare podium.

Van den Berg is erg enthousiast over Instrumentarium. Ze beschrijft dat Kinoshita een hele belangrijke drijvende kracht was in dit project. Met haar werden workshops georganiseerd waarin kinderen in de vakanties met de ouderen kostuums naaiden voor de verkleedkist.

Ook de muziektafel is heel goed gebruikt door iedereen. “De kinderen gingen daar wel mee experimenteren, en sommige ouderen ook. Maar hij werd bijvoorbeeld ook gebruikt voor de karaokemiddagjes van de ouderen, en dat is natuurlijk ook prima. Geef er maar een eigen invulling aan.”


Over Mariska van den Berg

Mariska van den Berg werkte zeven jaar als curator bij Stichting Kunst en Openbare Ruimte en koos ervoor om kunstprojecten uit te lichten die zich ophielden in de gezondheidszorg. Deze waren voor haar interessant omdat ze actief een relatie legden tussen de kunst en het publiek. Ze waren duidelijk aanwezig in de functionele ruimtes van de zorg en vroegen om interactie. Dit maakte hen bijzonder en opvallend. Maar ze zijn vaak ook lastig om uit te voeren. Van den Berg vertelt over de verschillende doelen en uitwerkingen van de kunstprojecten. Ze doet dit met veel oog voor de artistieke betekenissen van het werk en de ontwikkeling van de kunstenaars. Van den Berg studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Groningen en was enige maanden lid van het editorial team voor de ontwikkeling van het symposium Public Programme: Actors, Agents and Attendants: Speculations on the Cultural Organisation of Civility. Momenteel is ze partner Urbaniahoeve (Social Design Lab for Urban Agriculture) en onderzoekt ze voor het project Bottom-up-City kleinschalige initiatieven in de stedelijke publieke ruimte.