Uitgelichte kunst

Voor het eerst kunst maken in de publieke ruimte

Govert Grosfeld

Huang Yong Ping, Inkstone or Protective Stone (2010)
Vierhuizen

Fotografie door: John Stoel

Met dank aan: SKOR | Stichting Kunst en Openbare Ruimte, herkomst foto: SKOR Archief, Kenniscentrum LAPS van de Gerrit Rietveld Academie

, Op Hoogte Gedacht (2012)
Stanley Brouwn, Het Gebouw (2005)
Utrecht Leidsche Rijn Centrum

Fotografie door: Misha de Ridder

Met dank aan: Gemeente Utrecht

, Beyond Leidsche Rijn (2009)
Herman de Vries, De Tuindorpcollecties (1997)
, De Tuindorpcollecties (1997)

Op uitnodiging van SKOR heeft Brouwn zijn ideeën over bewustzijn van tijd en ruimte verwerkt in het kunstproject Op Hoogte Gedacht (2006) op het Groningse platteland. Stichting Oude Groninger Kerken had zich ingezet voor de restauratie van oude kerken en omringende kerkhoven. Ze liggen in een landschap van wierdedorpen, kerktorens, lange smalle wegen en omgeploegde akkers. Om de beleving van deze historische kerkhoven te verbinden met een eigentijdse waarde, werd een aantal kunstenaars uitgekozen die elk op eigen wijze ingingen op de specifieke functie en betekenis van een van de kerkhoven. “Je werd uitgenodigd om een pelgrimstocht langs deze verlaten kerkhoven te maken. Zoals vroeger de pelgrims langs relikwieën van heiligen gingen, zo zouden de moderne pelgrims langs de overblijfselen van ons cultureel erfgoed gaan. Een herinnering aan het menselijk verblijf in tijd en ruimte,” vertelt Grosfeld.

Brouwn viel voor het kerkje van Zuurdijk. “Hij had dit kerkhofje uitgekozen omdat het zo vlak langs de doorgaande weg lag. Dit vond hij een interessant gegeven van de plek; dat de voorbijgangers en de mensen die daar begraven lagen zich zo vlak bij elkaar bevonden.” De kunstenaar schreef een kort tekstje over de doden op het kerkhof en de afstanden die zij in het leven op aarde aflegden. Hij plaatst ze hiermee in het grotere geheel van de geschiedenis van de mensheid. “Het bordje confronteert je met mensen voor wie tijd en ruimte niet meer bestaan.”

Plaquette op buitenmuur van de kerk van Zuurdijk:

De totale afstand gedurende hun leven lopend afgelegd door elk van de mensen die hier hun laatste rustplaats hebben gevonden, is een deel van de totale afstand lopend door de mens op aarde afgelegd tot op dit moment.

De doden hebben hun sporen achtergelaten: zijn vereeuwigd in het logboek van het verleden van de mensheid.

De internationaal gerespecteerd kunstenaar Stanley Brouwn heeft zich in zijn werk toegelegd op het meten en overbruggen van afstanden. Belangrijk voor hem is hoe mensen afstand en richting ervaren. In veel van zijn werk registreert hij de maat van een verplaatsing of de afstand van de toeschouwer tot een bepaalde plek. ‘Loop 4 meter in de richting van Havana (afstand: 7396584.7166m)’ luidt de aanwijzing bijvoorbeeld. Op deze manier geeft Brouwn ons begrip van maat en afstand, dat in deze gedigitaliseerde en geglobaliseerde tijd veel te verduren heeft, een nieuwe betekenislaag.

Het eerste contact dat Grosfeld had met Stanley Brouwn (Paramaribo, 1935) was bij het ruilverkavelingsproject in Weerselo. Brouwn wilde graag een keer werk maken buiten het Kröller-Müller en andere musea. Hij had een plan om een wandelpad te maken bij ’t Stift, een eeuwenoud dorpsgezicht met een voormalig Benedictijnen-klooster waar ongehuwde dames van adel woonden. Dit project werd tegengehouden door de lokale bewoners, maar er was wel een connectie ontstaan tussen Brouwn en SKOR.

Na het contact in Weerselo was er een goede relatie ontstaan tussen Stanley Brouwn en SKOR. Grosfeld kende het werk en de ambities van de kunstenaar, die hij daardoor op de goede momenten en plekken kon uitnodigen. “Hij had zich laten ontvallen dat als hij nog een keer iets mocht doen, hij graag een gebouw zou willen maken. Maar helemaal volgens zijn eigen ontwerp. Dat kon in Leidsche Rijn,” vertelt Grosfeld.

Tegen het decor van de bouw van de grootste Vinex-wijk van Nederland realiseerde Brouwn in het kader van meerjarig kunstproject Beyond een expositieruimte, zijn eerste architectonische ontwerp dat is uitgevoerd.

Grosfeld weet nog goed wat de ideeën van de kunstenaar daarbij waren. “Hij had een eigenzinnige opvatting over wat de primaire eigenschappen van Het Gebouw moesten zijn. Daar hoorde ongetwijfeld bij dat een gebouw een uitspraak zou doen over maten en verhoudingen. Hij vond dat een hoop museale architectuur veel te speels was, wat niet alleen afleidt van de kunst maar ook van de essentie van architectuur. Een gebouw zou voornamelijk een spel van ruimte en maten moeten zijn volgens Brouwn.”

Het gebouw (2005) is gemaakt met medewerking van de Utrechtse architect Bertus Mulder, bekend van zijn restauratie van het Rietveld-Schröderhuis. Het heeft een heel simpele rechthoekige vorm gekregen. De maten zijn afgeleid van de zogeheten Brown-voet; de kunstenaar hanteert zijn eigen voetmaat als alternatief voor met metrische systeem. In Fragment 7 Gebouw (0.5 min) vertelt Grosfeld over Brouwns specifieke idee voor dit ‘proefmuseum’ van Leidsche Rijn.

Het ontwerp van de kunstenaar zou eigenlijk tijdelijk bestaan maar is nog steeds in gebruik als tentoonstellingsruimte, onder anderen het Utrechtse CBK en het Curatorial Training Programme van De Appel in Amsterdam. Volgens Grosfeld ging het Brouwn echter toch vooral om de architectuur van het paviljoen: “Een geometrische vorm tegen de zwaartekracht in tot stand brengen, dat was belangrijk.”

herman de vries (Alkmaar, 1931) is bij uitstek een kunstenaar die zich bezig houdt met de natuur. “Hij vindt zichzelf zowel kunstenaar, filosoof en wetenschapper; facetten van alle drie de professies zijn belangrijk in zijn werk”, legt Grosfeld uit. In zijn jongere jaren werkte de kunstenaar als landarbeider en plantkundige, maar hij wilde werk doen waarmee hij meer naar buiten kon treden, iets kon laten zien wat mensen bewuster maakte van de natuur.

Vanaf zijn 22-ste begon de vries met het maken van kunst, waarin de nadruk ligt op de verstoorde relatie tussen mens en natuur. “Volgens de kunstenaar is de natuur onze primaire bron van kennis”, legt Grosfeld uit, “hij waarschuwt om deze bron van kennis niet verloren te laten gaan.” Daarom documenteerde de vries in boeken een grote verzameling kruiden en gewassen, en exposeerde hij bijvoorbeeld verschillende soorten aarde, grassen, bloembladeren en planten met een hallucinerende werking.

De Tuindorpcollecties (1998) gaan over het cultiveren van natuur,” legt Grosfeld uit over het kunstproject dat door de vries werd opgezet in de nieuwbouwwijk Tuindorp De Kieviet in Tilburg. “de vries vindt het belangrijk dat we kennis van de natuur nemen, maar er ook zelf aan mee doen. Dat we participeren in het eeuwenoude proces van het cultiveren van de natuur ten behoeve van het menselijk bestaan.”

Voor De Tuindorpcollecties wilde de kunstenaar daarom de woningen in De Kieviet omringen met verschillende soorten en variaties bomen en struiken. Zo kwam er in iedere voortuin van de 102 huurwoningen een andere appel- peren- of pruimenboom te staan.

De Tuindorpcollecties zijn samengesteld om de bewoners van het tuindorp weer in contact te brengen met de natuur, een verbinding met de plantenwereld die we verloren hebben laten gaan. De vries heeft het project compleet gemaakt met een bijbehorend gidsje, dat iets laat zien over de planten waar men tussen woont en leeft. Grosfeld vertelt enthousiast over de mensen die meewerkten aan het maken van dit boekje. “Ze hebben bijvoorbeeld geholpen om de fruitrassen overal vandaan te halen, daar moesten ze half Europa voor door. Wat dat betreft is dit project een collectief werkstuk onder regie van herman de vries.”

De Tuindorpcollecties is een bijzonder kunstproject in de Nederlandse stedenbouw. Kijkend naar het verschil tussen de openbare ruimte toen en nu, denkt Grosfeld dat de beeldende vormgeving van de jaren tachtig meer architectonisch was. “Ik denk dat de aandacht is verschoven naar vormgeving waarin kunst meer discursief is, en zaken aan de orde stelt die ter plekke aan de orde zijn. Het gaat nu misschien meer om verhaal en minder om de vorm.”


Over Govert Grosfeld

Govert Grosfeld is een van de veteranen van SKOR. 27 jaar werkte hij als projectcoördinator en senior advisor voor de stichting. Vanuit zijn studie bouwkunde aan de TU Delft bood hij de organisatie een stedenbouwkundige blik. Na de sluiting van SKOR zette hij zijn eigen bedrijfje op: Grosfeld Tekst en Advies. Hier doet hij onderzoek naar kunst en architectuur. Grosfeld doet dit voornamelijk in Antwerpen, in een studio met hoog plafond en weinig ruis van buiten. Een werkplek even weg van de drukte in Amsterdam. Voor Routes vertelt hij over kunstprojecten in de publieke ruimte die hij bijzonder vindt, die belangrijk zijn om te herinneren. Hij kiest projecten van herman de vries (hij spelt zijn naam zonder hoofdletters om “hiërarchieën te vermijden”) en Stanley Brouwn. Het zijn twee oudere kunstenaars die tot hun samenwerking met SKOR nog nooit werk in de openbare ruimte hadden gemaakt.