Uitgelichte kunst

De kunstmanifestatie als laboratorium

Tom van Gestel

Robert Smithson, Broken Circle. Spiral Hill (1971)
, Broken Circle. Spiral Hill (1971)
Job Koelewijn, A Filmic View of Ooststellingwerf (1999)

Fotografie door: Ton Aartsen

, In Verbelinge (1999)
Stanley Brouwn en Bertus Mulder, Het Gebouw, 2005
, Beyond Leidsche Rijn – Parasites (2003)

Veertig jaar nadat Robert Smithson in een zandafgraving bij Emmen Broken Circle/Sprial Hill maakte voor Sonsbeek Buiten de Perken in 1971, nam zijn vrouw Nancy Holt contact op met SKOR. Ze wilde de film die de kunstenaar destijds over het werk maakte graag afmaken. Smithson filmde zijn earthworks altijd vanuit een vliegtuig of helikopter, als documentatie en integraal onderdeel van zijn werk.

Tegelaers vertelt dat Holt zo’n dertig minuten aan ruw beeldmateriaal had over het maakproces van land art project Broken Circle/Spiral Hill (2011), dat ze zelf ooit had gefilmd. Niet alle vooropgezette scenario’s waren uitgevoerd, omdat er niet genoeg tijd en financiële ondersteuning was en de kunstenaar in 1973 overleed in een vliegtuigongeluk in Texas tijdens een zoektocht naar een nieuwe locatie voor een van zijn werken.

Tegelaers vertelt over een nauwe samenwerking met Holt om de film Breaking Ground: Broken Circle/Spiral Hill van Smithson af te maken. “Samen met achtergelaten documenten en aanwijzingen van Smithson voor regie en montage konden we een nieuwe film samenstellen. We maakten nieuwe opnames in het voorjaar van 2011 waarin we de stem van de kunstenaar verwerkten. De eigenaren van de zandgroeve hadden Broken Circle/Spiral Hill onderhouden. Zo maakten we een reconstructie van Smithson’s ideeën en van wat het werk zou kunnen zijn.”

Het werk van Smithson gaat over de samenwerking tussen kunst en natuurlijke processen. De kunstenaar worstelde met de zwerfkei die hij op zijn werkgrond tegenkwam. Hoorde deze bij het werk of niet? Hij heeft hem uiteindelijk laten liggen als verwijzing naar de historie van het landschap, de ijstijd.

Tegelaers vertelt over de verschillende fases die het werk doorging te midden van de natuur. In die zin is dat altijd wel een spanning in Smithson’s werk. Niets heeft een definitieve vorm, het zijn processen die altijd in beweging zijn. Het werk van de Amerikaanse kunstenaar is geen stilstaand moment, maar een krachtig spel.”

In 1999 kreeg SKOR een verzoek van Ooststellingwerf in Friesland om er een kunstproject op te zetten. Er zouden kunstwerken geplaatst moeten worden bij de entrees van de toen nieuw bepaalde gemeentegrenzen. Maar Van Gestel was hier niet zo enthousiast over. “Dit vonden we saai. We brachten een bezoek aan het dorpje en kwamen erachter dat het vertellen van verhalen hier erg belangrijk was. We ontdekten een boerderij, de ‘Stellingwarver Schrieversronte’, waar vrijwilligers werkten aan een Stellingwerfs woordenboek. Het woordenboek was zo ongeveer vier keer zo dik als de Van Dale, het leefde echt deze taal. Dit werd onze houvast.”

De manifestatie In Verbelinge kreeg als motto ‘kunst op basis van verhalen in het Stellingwerfs’. De verhalen houden het Nedersaksische dialect levensvatbaar, en gaan over het oude landschap van akkers. De uitgenodigde kunstenaars lieten zich inspireren door het gebied, zijn geschiedenis en de verhalen die er de ronde doen en hebben hun ervaringen vertaald in beeld.

Job Koelewijn had van een container een bioscoop gemaakt, waarbij het scherm een groot gat was in de wand. Via dit venster keek je naar het landschap, dat door deze opzet een versterkt karakter kreeg.

Kunstenares en muzikant Georgina Star had een talentenjacht georganiseerd voor een Stellingwerfs volkslied. “Er viel niks te beleven in die streek. Jongeren speelden wel muziek in garages en schuren, maar wilden in het begin helemaal niet aan het project meedoen omdat het was opgezet door een kunstenares. Totdat ze ontdekten dat ze zelf ook speelde met haar eigen band.”

In 2003 was de grootste Vinex-wijk was Nederland in aanbouw. In Leidsche Rijn (Utrecht) werden ongeveer 27.000 woningen aangelegd. Het was een gigantische onderneming waarvoor niet alleen architecten en stedenbouwkundigen werden ingezet, maar ook kunstenaars. Als onderdeel van meerjarig beeldende kunstproject Beyond werd in de nazomer van dat jaar Parasite Paradise georganiseerd, een manifestatie waarin kunstenaars meewerkten aan het ontwerp van de openbare ruimte in Leidsche Rijn.

Het was een tentoonstelling van alternatieve, nomadische onderkomens, die een pleidooi vormden voor het ongeplande en ongebruikelijke: het zoeken naar vrijheid in een heel geordende samenleving. Van Gestel: “Er was niks te beleven in die Vinex-wijk. We wilden de stedelijkheid bevorderen, een gemeenschap creëren. Met de flexibele parasites ontsnapten we aan de strenge regelgeving van de woningbouw en konden we inspelen op de spontane behoeften en wensen van de bewoners. Je kon er films zien of naar het theater, maar er waren bijvoorbeeld ook een mortuarium, een crèche, een kas en een camping gebouwd. Het was een stadje in het klein.”

Kunstenaarsduo Bik Van der Pol maakte Nomads in Residence/No. 19, een uitklapbaar, mobiel gebouwtje waarin een woon- en werkruimte was gecreëerd voor een of meerdere kunstenaars. Van Gestel vertelt dat hij het ook belangrijk vond werken tentoon te stellen die het verschil tussen architecten, kunstenaars en vormgevers lieten zien. Voor de manifestatie had hij daarom Vito Acconci’s Mobile Linear City van het Stedelijk Museum in Gent geleend. Dit werk ging meer over betekenis dan over bruikbaarheid. Een stalen bus kon uitgeschoven worden tot een slinger van zo’n 40 meter, waarop je zag dat het eigenlijk uit zes wooneenheden bestond. Het was als het ware een rijdende stad.

Het concept van Parasite Paradise werkte erg goed en is na Leidsche Rijn de wereld overgegaan. Van Gestel vertelt over vier Zuid-Koreanen die bij hem aan tafel schoven om hem uit te horen over de tentoonstelling in Leidsche Rijn, om zelf het Anyang Public Art Project op te zetten.


Over Tom van Gestel

In het hartje van de Jordaan woont Tom van Gestel, een kunsthistoricus die zich al jaren inzet voor “kunst buiten”, zoals hij het zelf noemt. Van Gestel vertelt over een aantal bijzondere kunstprojecten die hij uitkoos. Van Gestel is bevlogen met het maken van connecties tussen kunst, de publieke ruimte, architectuur en urban development, en speelde een belangrijke rol in de verschillende organisaties die SKOR voorgingen. Hij werd gevraagd als hoofd van het Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten binnen het Ministerie van Cultuur, dat later zelfstandig ging werken onder de naam van de Mondriaanstichting. Daarna was hij jaren werkzaam als adjunct directeur en artistiek leider van SKOR. De projecten die Van Gestel heeft uitgekozen zijn verschillend van aard. Sommigen gaan over Nederlandse landelijkheid, anderen stimuleren juist een vorm van stedelijkheid. Ze zijn interessant om op terug te kijken, vindt Van Gestel, om de verschillende redenen waarom deze manifestaties werden georganiseerd. “Ze wilden met bepaalde circuits doorbreken. Begin jaren ’80 werd kunst in de publieke ruimte voornamelijk beoefend door kunstenaars die zich niet zozeer in het museum en galerie circuit bevonden. Hun werk was voornamelijk geometrisch abstract, het was bijna een religie. Ik vond het toen nodig dat dit doorbroken werd, dat kunstenaars van de galeriewereld en die van de publieke ruimte elkaar weer gingen ontmoeten.” De grotere manifestaties maakten het mogelijk met andere mensen in contact te komen, kennis en interesses te verbreden, zoals Sonsbeek 71 ook had gedaan. De tentoonstellingen waren levendig, er gebeurde van alles. “De manifestaties waren als laboratoria, voor zowel de kunstenaars als de organisatoren. Alles wat je daar geleerd had en de contacten die je er had opgedaan, kon je daarna weer gebruiken.”